“Herfstregen klettert zachtjes tegen het raam. In een kamer vol stoffige boeken en verkreukelde medische papieren zit een man gebogen over zijn bureau, zijn pen krast over het papier.
Het is Richard von Krafft-Ebing, een Duitse psychiater met een fascinatie voor wat hij ‘seksuele perversies’ noemt. Hij beschrijft casus na casus. Maar dit...hij stopt met schrijven en staart naar de casus die hij net heeft neergepend...
Een man van dertig, een leraar, die zijn leven lang uitsluitend romantische en fysieke aantrekking voelde tot andere mannen. En het is niet een geïsoleerd geval – hij had tientallen vergelijkbare casussen gedocumenteerd, maar hoe moest hij dit nou noemen?
Hij zoekt naar woorden. "Homo….’ Zijn pen raakt het papier: en dan… sexualis. Homoseksualiteit”, ja dat is het. Hij zet er een streep onder.
Een nieuw begrip is geboren.
