Een dorpje in het Midden-Oosten, ergens rond het jaar 0. De zon komt langzaam op achter de heuvels, en in de koelte van de ochtend loopt een jonge vrouw over een smal weggetje. Ze is op weg naar haar nicht, die ze al een lange tijd niet heeft gezien.
Onderweg groet ze mensen, vluchtig, afwezig.
Ze glimlacht… maar het is om iets dat niemand kan zien, iets dat diep in haar leeft.
Wat zou haar nicht zeggen als ze vertelt wat ze de afgelopen maanden heeft meegemaakt? Dit gelooft toch niemand?
Het geheim dat ze meedraagt, zal alles veranderen, dat voelt ze
En terwijl ze stevig doorstapt, gebeurt het: ze hoort opeens een melodie in haar hoofd… en al snel volgen er woorden. Woorden die miljoenen mensen zullen horen…
‘Koningen… pakt hij hun macht af,
maar… gewone mensen maakt hij belangrijk.
Arme mensen geeft hij veel,
Maar rijke mensen… krijgen niets!’
Het klinkt als Marx, maar zijn de woorden van… Maria, de moeder van Jezus. Uit de Bijbel, uit het Kerstverhaal zelfs. …. Zou ze beseffen dat dit lied later vertolkt zou worden in talloze klassieke werken?
