Terug naar de atlas

Aflevering 2 — Macht · scène 4

De gang naar Canossa

1077Canossa

Het is winter in het jaar 1077. De Duitse koning Hendrik IV en zijn gevolg banen zich een weg door de besneeuwde Alpen.

De ijzige wind snijdt door hun kleren. "Majesteit, laten we schuilen," smeekt een van zijn metgezellen. Maar Hendrik schudt zijn hoofd. Er is geen tijd te verliezen.

Ze zijn op weg naar Canossa, in het noorden van Italië, waar Paus Gregorius VII op dat moment verblijft. De koning en de paus zijn verwikkeld in een machtsstrijd, die Hendrik lijkt te verliezen. In een wanhoopsdaad besluit Hendrik om naar de paus af te reizen om vergiffenis te vragen.

Om zijn berouw te tonen heeft Hendrik zich zelfs gehuld in een boetekleed, hoe nederig voor een koning! Maar de paus lijkt niet onder de indruk. Drie dagen en nachten wachten Hendrik en zijn hofhouding voor de poort, smekend om genade. Pas op de vierde dag geeft Gregorius gehoor. De poort gaat open. Hendrik valt op zijn knieën. De paus schenkt hem vergiffenis én herstelt hem als koning, maar de prijs is hoog. De vernedering in Canossa blijft als een schaduw over zijn bewind hangen. Hij heeft zijn troon terug, maar zijn trots is voor altijd gebroken.

De oorspronkelijke podcastafleveringBeluister de aflevering Macht — van wie is de kroon?
Compositie van SymfomaanRex Nive FractusDe gang naar Canossa
0:00 / 0:00