23 augustus 1572. Een woedende menigte raast door de straten van Parijs. Opgejut door de opzwepende taal van volksmenners, bonzen ze op deuren, en breken ze naar binnen. De dertienjarige Jacques Nompar de Caumont wordt samen met zijn vader en broer hun huis uit gesleurd.
De straten van Parijs liggen bezaaid met lijken. De katholieke bevolking van Frankrijk richt een bloedbad aan, door de hugenoten, hun protestantse landgenoten, te vermoorden. Jacques’ vader en broer worden voor zijn ogen afgeslacht. Jacques overleeft wonder boven wonder, en schrijft later: ‘Iedere snik voelde als een dolksteek die mijn hart doorboorde.’
Deze Bartholomeusnacht betekende het begin van een reeks massale moordpartijen, waarbij minstens 10.000 hugenoten werden vermoord.
