De zon staat hoog in deze bruisende, Griekse havenstad. Tussen het drukke gewoel en geschreeuw van kooplieden, sleept een vermoeide reiziger zich voort. In zijn leren tas draagt hij een kostbare last: een brief, verzegeld met het persoonlijke zegel van de apostel Paulus. Een brief die tweeduizend jaar later nog door miljoenen mensen gelezen zou worden, in de Bijbel. Maar dat weet dan nog niemand.
Hij zoekt naar het huis waar een groep christenen samenkomt. Hier moet het zijn
De oudste van de kerk neemt de brief in ontvangst en schraapt zijn keel.
Nerveus kijkt hij naar het papier en dan naar de gemeente: ‘Het is bekend dat er onder u sprake is van ontucht.’ Het ongemak neemt toe. Maar hij leest door.
‘Laat ik u dit zeggen. Het lichaam van de vrouw behoort toe aan haar man…"
Ja, tot zover niets nieuws. Hier kan elke Romein mee instemmen.
Maar dan… de voorlezer aarzelt…
“…en het lichaam van de man behoort toe aan zijn vrouw."
Een golf van emotie gaat door de menigte. Verbazing, ongeloof… wat staat hier? Een vrouw achterin de kerk kan haar glimlach niet onderdrukken. Is er dan toch hoop? Is dit het begin van een… nieuwe tijd?
