In de ambtswoning aan Downing Street 10 zit premier Margaret Thatcher aan een kleine eettafel, roerend in een kopje thee. Met tegenover haar een journalist van The Sunday Times, driftig schrijvend in zijn notitieblok.
Thatcher heeft net twee jaar als premier achter de rug, een tijd vol stakingen, bezuinigingen en gemor over haar harde koers. De journalist vraagt haar waarom ze zo vasthoudt aan haar economische plannen, ondanks de weerstand.
Thatcher kijkt hem aan, haar stem is kalm en afgemeten, zoals altijd. ‘Economics are the method,’ zegt ze, ‘but the object is to change the heart and soul.’ “De economie is de methode – het doel is om hart en ziel te veranderen.”
Ze pauzeert even, neemt een slok thee. ‘Het gaat niet alleen om cijfers,’ vindt Thatcher, maar om hoe mensen denken – over zichzelf, over werk, over verantwoordelijkheid.
Thatcher werd het boegbeeld van een nieuwe ideologie, een nieuwe visie van een kleinere overheid en een cultuur van ondernemerschap, verantwoordelijkheid en vooral: zelfredzaamheid.
Een ideologie die men later ‘neoliberalisme’ zou noemen.
