Terwijl de zomerhitte de straten van de Zuid-Europese stad laat zinderen, trekt een islamitische geleerde zich terug in de koele, weelderige tuinen van de bibliotheek.
Tussen de exotische planten, meegebracht door handelaren uit verre oorden, zit Ibn Rushd, later bekend geworden als Averroës.
Een recente ontdekking heeft zijn wereld op de kop gezet. In zijn handen houdt hij Arabische manuscripten van Aristoteles, de grote filosoof. Zijn vingers glijden voorzichtig, bijna eerbiedig, over het perkament. Een vogel fladdert voorbij en landt zachtjes op de tafel.
De werken van Aristoteles geven Averroës een nieuwe kijk op wat hij ziet. Hij kijkt om zich heen. De vogel die instinctief zijn nest bouwt, de boom die naar het licht groeit - ze volgen allemaal hun natuurlijke neigingen. Logisch, denkt Averroës.
De ontdekking van Aristoteles zal een kantelpunt in zijn leven blijken, misschien wel een kantelpunt in de geschiedenis.
