Het is een drukte van belang, pelgrims uit alle hoeken van het Romeinse Rijk verdringen zich in de buitenhof van de tempel van Jeruzalem. Hoewel tempel, dit lijkt meer op een markt.
De kooplui schreeuwen door elkaar:
"Hier te koop! Prachtige offerdieren! Vlekkeloze duiven! Witte schapen!”
Een brandschoon offerdier, wie wil dat nou niet? Geld wisselen kan hier ook, maar dan wel voor flinke woekerprijzen.
Buiten het tempelplein staat Jezus met een groepje volgelingen. Hij pakt een touw en… hij maakt het tot een… zweep? Jezus… met een zweep?
Jezus gaat naar binnen en stormt door de menigte, hij gooit tafels en marktkramen omver…. en smijt het geld van de handelaren op de stenen vloer
Met stemverheffing zegt Jezus: “Weg ermee! Er staat geschreven: mijn huis zal een huis van gebed zijn. Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!"
Of zoals Jezus later zou zeggen: “Je kunt niet God dienen en de Mammon, de god van het geld.”
De religieuze leiders kijken toe, verstijfd van woede en ongeloof. In één radicale daad heeft deze timmermanszoon uit Nazareth hun lucratieve handel ontmaskerd én de bestaande orde uitgedaagd. En hoe dat afliep, is bekend…
